Wild Atlantic Way in het kort
De Wild Atlantic Way is een bewegwijzerde kustroute langs de hele westkust van Ierland, van het Inishowen-schiereiland in Donegal tot Kinsale in County Cork. De route is ruim 2.500 kilometer lang en werd in 2014 gelanceerd door Fáilte Ireland, het Ierse bureau voor toerisme. Het is geen nieuwe weg, maar een merknaam voor bestaande kustwegen.
Je herkent de route aan bruine borden met een witte golflijn. Op uitzichtpunten en bijzondere plekken staan zogeheten Discovery Points, en een aantal daarvan heet signature point: de bekendste plekken van de route, zoals Malin Head, de kliffen van Slieve League, Achill Island, de Cliffs of Moher en Skellig Michael. De hele route in één reis rijden kost minimaal tweeënhalf tot drie weken.
Op deze pagina lees je hoe de route is opgebouwd, wat je ziet in het rustige noorden, dat in de meeste reizen ontbreekt, en welk deel bij een reis van één, twee of drie weken past. Ook lees je waarom de rijtijden langer zijn dan je navigatie zegt.
Wat is de Wild Atlantic Way precies?
De Wild Atlantic Way is een toeristische route die bestaande wegen langs de westkust samenbrengt onder één naam en één bewegwijzering.
De route volgt waar mogelijk de kust: van snelle nationale wegen tot smalle landweggetjes over schiereilanden. Daardoor is hij veel langer dan de rechte afstand tussen noord en zuid, die zo’n 400 kilometer is. Je kunt de borden in beide richtingen volgen. Waar de route een schiereiland rondt, kun je meestal afsnijden als je minder tijd hebt.
Het belangrijkste om te weten: de Wild Atlantic Way is geen route die je in één keer moet rijden. De meeste reizigers kiezen een of twee delen en combineren die met Dublin. Zie het als een kapstok voor de westkust, niet als een opdracht om alle 2.500 kilometer af te werken.
Wil je een uitgewerkt schema met overnachtingen, kijk dan bij de rondreis door Ierland. Daar staat een route die een groot deel van de Wild Atlantic Way in het zuiden en westen volgt.
Uit welke delen bestaat de Wild Atlantic Way?
Van noord naar zuid loopt de route grofweg door vijf gebieden, elk met een eigen karakter.
Donegal: het noorden
Het noordelijkste deel begint op het Inishowen-schiereiland en loopt langs Malin Head, het noordelijkste punt van het eiland Ierland, en de kliffen van Slieve League. Donegal is het ruigste en rustigste deel, met veel Gaeltacht en weinig toeristen.
Sligo en Mayo
Verder naar het zuiden volgen Sligo en Mayo, met surfstranden, de kliffen van Downpatrick Head, het stadje Westport en Achill Island, het grootste eiland voor de Ierse kust, met een brug naar het vasteland.
Galway en Clare
Bij Killary Harbour begint Connemara, dat overgaat in de stad Galway. Daarna volgen de Burren en de Cliffs of Moher in Clare.
Kerry
In Kerry volgt de route de schiereilanden: Dingle met de Slea Head Drive en daarna de Ring of Kerry, met Skellig Michael voor de kust. Dit is het drukste deel van de route.
West Cork
Het zuidelijkste deel loopt over de schiereilanden van West Cork, langs Mizen Head, het zuidwestelijkste punt van Ierland, naar de Old Head of Kinsale en het havenstadje Kinsale, waar de route eindigt.

Wat zie je aan de Wild Atlantic Way in Donegal?
Donegal heeft de hoogste kliffen en de leegste stranden van de route, maar ligt ver van Dublin en de bekende plekken.
Malin Head en Inishowen
Het Inishowen-schiereiland is het begin- of eindpunt van de route. Op Malin Head, de noordpunt, staat een oude signaaltoren op een kaap met uitzicht over de oceaan. De weg rond het schiereiland, de Inishowen 100, loopt langs stranden en kleine dorpen. Hier kom je vooral Ieren tegen, weinig buitenlandse toeristen.
Slieve League
De kliffen van Slieve League, in het Iers Sliabh Liag, horen tot de hoogste zeekliffen van Europa, ongeveer drie keer zo hoog als de Cliffs of Moher. Vanaf het bezoekerscentrum loop of rijd je met een pendelbusje naar het uitzichtpunt Bunglass. Ervaren wandelaars lopen verder over de bergkam, maar die route is smal en bij wind af te raden.
Daarnaast heeft Donegal lange stranden, zoals bij Portsalon en Rossnowlagh, en het nationaal park Glenveagh in het binnenland. Reken voor Donegal op minstens drie tot vier dagen, want de afstanden zijn groot en de wegen bochtig.



Wat zie je aan de Wild Atlantic Way in Mayo en Sligo?
Mayo en Sligo zijn het minst bekende deel van de route, met eilanden, zeestapels en surfstranden.
Achill Island en Keem Bay
Achill Island bereik je via een brug. De Atlantic Drive voert langs kliffen en stranden, en aan het westelijke eind ligt Keem Bay, een beschutte baai met licht zand tussen steile hellingen. Op de weg ernaartoe liggen smalle stukken met steile afgronden; rijd rustig en parkeer alleen op de aangewezen plekken.
Westport en Croagh Patrick
Westport is een sfeervol stadje en een goede uitvalsbasis voor Mayo. Ernaast ligt Croagh Patrick, de bedevaartsberg van Ierland, met een steile klim van drie tot vier uur heen en terug. Van Westport naar Achill loopt de Great Western Greenway, een fietspad over een oude spoorbaan, met fietsverhuur aan beide kanten.
Downpatrick Head
Aan de noordkust van Mayo staat bij Downpatrick Head de zeestapel Dún Briste, een rotspilaar die ooit aan het vasteland vastzat. Je loopt er vanaf de parkeerplaats in een kwartier naartoe over een grasveld. Er is geen hek, dus blijf ver van de rand. In Sligo vind je daarna surfstranden en kleine kustdorpen.
Welk deel van de Wild Atlantic Way rijd je bij 1, 2 of 3 weken?
Hoe meer tijd je hebt, hoe verder naar het noorden je kunt.
Eén week: Kerry en Clare
Met een week kies je het zuidelijke deel: Killarney als uitvalsbasis voor de Ring of Kerry en Dingle, daarna Clare met de Cliffs of Moher en de Burren. Vlieg dan eventueel op Shannon, zodat je niet eerst door het land hoeft te rijden.
Twee weken: van Kerry tot Connemara
Met twee weken rijd je van Kerry via Clare en Galway naar Connemara, met Dublin aan het begin of eind. Dit is de klassieke rondreis. Wil je het noorden erbij, dan moet je elders schrappen, bijvoorbeeld Dublin inkorten.
Drie weken of meer: inclusief het noorden
Pas met drie weken neem je Mayo, Sligo en Donegal goed mee. Rijd bijvoorbeeld van Kerry naar het noorden en eindig in Donegal, of combineer een week in het noorden met een tweede reis naar het zuiden. Een week alleen het noorden, met een vlucht op Knock of Dublin, is ook een goede optie voor wie de drukte van Kerry wil vermijden.
Hoe lang zijn de rijtijden aan de Wild Atlantic Way?
De rijtijden aan de Wild Atlantic Way vallen bijna altijd langer uit dan gepland.
Op de kustwegen rijd je gemiddeld niet veel harder dan 50 tot 60 kilometer per uur, en op de smalste stukken langzamer. Op de meeste local roads is sinds 7 februari 2025 de maximumsnelheid 60 kilometer per uur. Tel daar stops, schapen op de weg, tractors en tegenliggers bij, en een rit van 150 kilometer kost al snel een halve dag.
Plan daarom niet meer dan twee à drie uur rijden per dag en blijf twee of drie nachten op één plek. Rijd niet in het donker over onbekende kustwegen, en neem een kleine huurauto: de wegen zijn smal en vaak afgezet met stenen muurtjes. Met een camper kun je niet alle zijwegen in.
Tank op tijd, want in Donegal en Mayo liggen tankstations soms ver uit elkaar. Het weer verandert snel, dus houd ruimte in je planning voor een dag met storm of mist. Wanneer de dagen het langst zijn, lees je bij de beste reistijd voor Ierland.

Veelgestelde vragen over de Wild Atlantic Way
Hoe lang is de Wild Atlantic Way?
Ruim 2.500 kilometer, van het Inishowen-schiereiland in Donegal tot Kinsale in County Cork. Afhankelijk van de bron wordt 2.500 tot 2.600 kilometer genoemd.
Hoeveel tijd heb je nodig voor de Wild Atlantic Way?
Voor de hele route minimaal tweeënhalf tot drie weken. De meeste reizigers rijden een deel: Kerry en Clare in een week, of Kerry tot Connemara in twee weken.
Waar begint de Wild Atlantic Way?
In het noorden op het Inishowen-schiereiland in Donegal, in het zuiden in Kinsale in Cork. Je kunt de route in beide richtingen volgen.
Wat is het mooiste deel van de Wild Atlantic Way?
Dat hangt af van wat je zoekt. Kerry en Clare hebben de bekendste plekken, maar zijn ook het drukst. Donegal en Mayo zijn ruiger en veel rustiger, met de kliffen van Slieve League en Achill Island.
Kun je de Wild Atlantic Way met een camper rijden?
Grotendeels wel, maar niet alle zijwegen zijn geschikt. Op de smalste stukken, zoals de Conor Pass op Dingle, worden grote voertuigen afgeraden. Een kleine camper of auto is het handigst.
Is de Wild Atlantic Way goed aangegeven?
Ja, met bruine borden met een witte golflijn. Op bijzondere plekken staan Discovery Points met uitleg. Gebruik daarnaast een navigatie-app, want sommige borden staan alleen in het Iers.
