Kirkjufell met de waterval
IJsland

Snæfellsnes

Snæfellsnes in het kort

Snæfellsnes is een schiereiland in het westen van IJsland, ongeveer twee uur rijden ten noorden van Reykjavík. Op een strook van zo’n negentig kilometer lang vind je een gletsjervulkaan, lavavelden, zwarte en gele stranden, basaltkliffen, vissersdorpen en de berg Kirkjufell. Daarom heet het schiereiland vaak IJsland in het klein.

Het ligt niet aan de Ringweg, waardoor veel reizigers het overslaan. Dat is jammer, want wie maar een week heeft of geen zin heeft in lange ritten naar het oosten, ziet hier op korte afstand veel van wat het land te bieden heeft. Aan de westpunt ligt het Nationaal Park Snæfellsjökull.

Op deze pagina lees je wat je bij Kirkjufell, Arnarstapi en Hellnar, Búðir en Djúpalónssandur ziet, welke route je over het schiereiland rijdt, of het in één dag kan, wat parkeren in 2026 kost en waar je het best overnacht.

Hoe ver is Snæfellsnes van Reykjavík en kan het in één dag?

Snæfellsnes kan als lange dagtrip, maar met een overnachting haal je er veel meer uit.

Vanuit Reykjavík rijd je in ongeveer twee uur naar het begin van het schiereiland en in ongeveer tweeënhalf uur naar Kirkjufell, zo’n 180 kilometer. Een rondrit met de belangrijkste stops kost in totaal vijf tot zes uur rijden, en dan heb je nog niets gezien. Een dagtrip wordt al snel een dag van twaalf uur.

Daarom raden de meeste gidsen een of twee nachten aan, in Stykkishólmur, Grundarfjörður of Arnarstapi. Met één overnachting doe je de zuidkust en de westpunt op dag één en de noordkust met Kirkjufell op dag twee. In de winter, met weinig daglicht, is dat bijna noodzakelijk.

Alle wegen rondom het schiereiland zijn verhard en geschikt voor een gewone auto. Een kortere weg over het midden, de Vatnaleið (weg 56), verbindt de zuid- en noordkust. Hoe je Snæfellsnes inpast in een langere reis, lees je bij rondreis IJsland.

Hoe zie je Kirkjufell en wat kost parkeren?

Kirkjufell is de puntige berg bij het dorp Grundarfjörður aan de noordkust, een van de meest gefotografeerde bergen van IJsland.

Het bekende beeld zie je vanaf de waterval Kirkjufellsfoss, aan de overkant van de weg. Vanaf de parkeerplaats loop je in een paar minuten over een pad naar het uitzicht, met de waterval op de voorgrond en de berg erachter. Blijf op het pad en achter de afzettingen: de oevers zijn glad en de begroeiing wordt anders vertrapt.

Parkeren bij Kirkjufellsfoss kost in 2026 ongeveer 1.000 tot 1.400 ISK (ca. € 7,30 tot 10), te betalen via een app, QR-code of de automaat. Kom je vroeg in de ochtend of laat op de dag, dan deel je het uitzicht met minder mensen. In de winter is het een bekende plek om het noorderlicht te fotograferen.

De berg zelf beklimmen wordt afgeraden. Het pad is steil, glad en er zijn dodelijke ongelukken gebeurd; doe het alleen met een lokale gids en droog weer. Voor de meeste bezoekers is een wandeling rond de voet genoeg.

Kirkjufellsfoss in de mist

Wat zie je op het kustpad van Arnarstapi naar Hellnar?

Tussen de vissersdorpjes Arnarstapi en Hellnar aan de zuidkust loopt een van de mooiste korte kustwandelingen van IJsland.

Het pad volgt de kliffen over een oud lavaveld, langs basaltzuilen, grotten en de stenen boog Gatklettur. De afstand is ongeveer 2,5 kilometer enkele reis; reken op een uur heen of twee uur heen en terug. Het pad is vlak en goed te lopen, ook met kinderen.

In de zomer broeden in de kliffen duizenden zeevogels, zoals drieteenmeeuwen en noordse sterns. Sterns verdedigen hun nest fel; blijf op het pad en houd afstand van de broedplekken. Kijk ook uit bij de klifranden, want daar zijn geen hekken.

In Arnarstapi staat een groot stenen beeld van Bárður, de figuur uit een IJslandse saga die volgens de overlevering in de gletsjer verdween. In Hellnar zit een klein café bij de kust, handig om na de wandeling op te warmen.

Kirkjufell gespiegeld in het water
Kirkjufell en de rivier
Kliffen op het schiereiland Snæfellsnes

Waarom stoppen zoveel mensen bij Búðir?

Búðir is een gehucht aan de zuidkust met één opvallende blikvanger: een klein zwart kerkje in een lavaveld.

De Búðakirkja staat alleen in het landschap, met de bergen en soms de gletsjer erachter. Het kerkje is vooral een fotostop van een kwartier, maar het lavaveld eromheen, Búðahraun, is ook een korte wandeling waard. Het is een beschermd natuurgebied met mos, varens en kleine kraters.

Het kerkje is een werkende kerk en meestal op slot. Behandel het als een gebedshuis en klim niet op het hek of de muur. Er is een kleine parkeerplaats; parkeer niet in de berm van de smalle toegangsweg.

Rijd vanaf Búðir verder naar het westen langs de kust. Onderweg zie je de Snæfellsjökull, de gletsjer op de top van een slapende vulkaan, die bij helder weer tot in Reykjavík te zien is.

Wat is Djúpalónssandur en waar let je op?

Djúpalónssandur is een strand van zwarte, ronde kiezels aan de westpunt van het schiereiland, in het Nationaal Park Snæfellsjökull.

Een kort pad loopt van de parkeerplaats door een opening in de lavarotsen naar het strand. Onderweg liggen kleine meertjes en op het strand liggen roestige resten van een Brits vissersschip dat hier in 1948 verging. Laat de wrakresten en de kiezels liggen: ze horen bij het park en meenemen is niet toegestaan.

Bij de ingang liggen vier tilstenen in verschillende gewichten, waarmee vissers vroeger hun kracht toonden. De zee is hier ruw. Er komen sneaker waves voor, onverwacht hoge golven die ver het strand op komen; blijf weg van de waterlijn en draai de zee niet je rug toe.

Vlakbij liggen het uitzichtpunt op de rotspilaren van Lóndrangar en de vuurtoren bij Malarrif, met een bezoekerscentrum van het nationaal park. Voor parkeren bij Djúpalónssandur was bij het schrijven geen tarief bekend; houd rekening met een kleine bijdrage.

Waterval bij Kirkjufell

Welke route rijd je over Snæfellsnes?

Rijd het schiereiland bij voorkeur als lus, tegen de klok in of met de klok mee; beide werkt.

Een logische volgorde vanuit Reykjavík is de zuidkust eerst: de basaltkloof Gerðuberg, het zeehondenstrand Ytri Tunga, Búðir, Arnarstapi en Hellnar. Daarna rijd je om de westpunt langs Lóndrangar, Djúpalónssandur en Skarðsvík naar de noordkust met Ólafsvík, Kirkjufell en Grundarfjörður. Je eindigt in Stykkishólmur.

Bij Ytri Tunga liggen soms zeehonden op de rotsen. Kijk vanaf het strand, loop niet naar ze toe en wacht niet tot ze dichterbij komen; bij laagwater liggen ze verder weg. Een verrekijker helpt meer dan een paar stappen extra.

Stykkishólmur is een sfeervol havenstadje met een uitzichtheuvel en de veerboot naar de Westfjorden. Wil je daarna verder naar het noorden, dan is dat een alternatief voor terugrijden. Hoe Snæfellsnes past in een langere tocht, zie je bij de rondreis IJsland in 2 weken.

Waar overnacht je op Snæfellsnes en wanneer ga je?

De meeste accommodatie ligt in de dorpen aan de noordkust en in Arnarstapi aan de zuidkust.

Stykkishólmur en Grundarfjörður hebben hotels, guesthouses, restaurants en een supermarkt. Arnarstapi en Hellnar zijn kleiner, met een paar hotels en een camping. Boek in de zomer ruim vooruit, want het aanbod is beperkt. Houd rekening met de toeristenbelasting van 800 ISK per kamer per nacht, die vaak los wordt gerekend.

Snæfellsnes is het hele jaar bereikbaar, omdat het niet in de hooglanden ligt. In de zomer heb je de lange dagen en de broedvogels; in de winter is het rustig en kun je bij helder weer het noorderlicht boven Kirkjufell zien. Lees meer bij de beste reistijd voor IJsland.

In de winter waait het aan de westpunt vaak hard en kunnen wegen kort dicht zijn. Check umferdin.is en vedur.is voor vertrek en plan een reservedag als je terug moet voor een vlucht.

Veelgestelde vragen over Snæfellsnes

Hoe ver is Snæfellsnes van Reykjavík?

Het begin van het schiereiland ligt ongeveer twee uur rijden van Reykjavík. Naar Kirkjufell is het zo’n 180 kilometer, ongeveer tweeënhalf uur.

Kun je Snæfellsnes in één dag doen?

Het kan, maar het wordt een lange dag met vijf tot zes uur rijden. Met een overnachting in Stykkishólmur, Grundarfjörður of Arnarstapi zie je meer en heb je minder haast.

Wat kost parkeren bij Kirkjufell?

In 2026 ongeveer 1.000 tot 1.400 ISK per auto, te betalen via een app, QR-code of automaat bij de parkeerplaats van Kirkjufellsfoss.

Kun je Kirkjufell beklimmen?

Dat wordt afgeraden. Het pad is steil en glad en er zijn dodelijke ongelukken gebeurd. Doe het alleen met een lokale gids en bij droog weer.

Hoe lang is de wandeling van Arnarstapi naar Hellnar?

Ongeveer 2,5 kilometer enkele reis. Reken op een uur heen of twee uur heen en terug over een vlak pad langs de kliffen.

Heb je een 4×4 nodig op Snæfellsnes?

Nee. De wegen rond het schiereiland zijn verhard. In de winter zijn winterbanden standaard en is een 4×4 prettig bij sneeuw.

Waar zie je zeehonden op Snæfellsnes?

Bij Ytri Tunga aan de zuidkust liggen soms zeehonden op de rotsen. Bekijk ze vanaf het strand en loop niet naar ze toe.