Heilige Vallei
De Inca-vallei van Pisac tot Ollantaytambo, ideaal voor acclimatisering en de logische opmaat naar Machu Picchu
Heilige Vallei in het kort
De Heilige Vallei (Valle Sagrado) is het langgerekte vruchtbare dal tussen Pisac en Ollantaytambo, op zo’n vijftien kilometer ten noorden van Cusco. De rivier Urubamba slingert door een groen landschap met steile bergwanden aan beide kanten en de hoogste pieken tot boven de 5.500 meter. De Inca’s gebruikten de vallei eeuwen geleden als korenkamer van het rijk en bouwden er hun belangrijkste landbouwdorpen, ceremoniële tempels en festungen, waarvan de meeste nog bezocht kunnen worden. Wat de vallei voor reizigers vandaag interessant maakt, is dat hij op 2.800 tot 2.900 meter ligt: ruim 500 meter lager dan Cusco en daarmee een veel prettigere plek om te acclimatiseren.
Op deze pagina lees je waarom wij de Heilige Vallei meestal als eerste stop plannen na aankomst in Cusco, welke dorpjes en ruïnes echt onmisbaar zijn en hoe je de regio in twee tot drie dagen ervaart. We bespreken Pisac, Ollantaytambo, Maras, Moray en Chinchero, en geven praktische tips voor vervoer, hotels en de logistiek tussen Cusco en Machu Picchu. Op onze Peru-pagina zie je hoe de Heilige Vallei past in de bredere rondreis.
Onze favoriete plekken in Heilige Vallei
Pisac, ruïnes en zondagsmarkt in de Heilige Vallei
Pisac ligt aan het oostelijke uiteinde van de Heilige Vallei en bestaat uit twee delen: het moderne stadje in het dal en de uitgestrekte Inca-ruïnes hoog boven het dorp. De ruïnes vormen een van de mooiste sites van de hele vallei, met agrarische terrassen die als treden tegen de berghelling oplopen, ceremoniële tempels en een Inca-begraafplaats die als de grootste van Zuid-Amerika geldt. Een wandeling vanaf de bovenkant naar het dorp duurt twee tot drie uur en is fysiek pittig door de hoogte, maar geeft een veel beter beeld van de schaal van de site dan een busbezoek aan alleen de hoofdterrassen.
Het dorp Pisac is bekend om de zondagsmarkt, een van de levendigste van de regio met traditionele kleding, alpaca-textiel, ceramiek en lokale producten. Lokale bewoners uit omliggende dorpen komen in traditionele kleding naar de markt, waardoor het naast een toeristische plek ook een echte ontmoetingsplek is. Op andere dagen is de markt kleiner maar nog steeds actief. Voor wie van textiel houdt, is Pisac de beste plek in de vallei om alpaca-kleding rechtstreeks van de wevers te kopen.
Ollantaytambo, de levende Inca-stad
Ollantaytambo is voor ons het hoogtepunt van de Heilige Vallei en een van de weinige plaatsen ter wereld waar Inca-stedenbouw nog dagelijks gebruikt wordt. Het stratenraster, de irrigatiekanalen en zelfs een groot deel van de fundamenten van de huizen dateren uit de 15e eeuw. Lokale bewoners wonen in dezelfde straten waar Inca-edelen ooit liepen, met dezelfde stenen drempels en dezelfde Inca-ovens (al is het binnenwerk gemoderniseerd). Een wandeling door het oude centrum vroeg in de ochtend of laat in de middag is een ervaring die je in geen enkele andere Inca-locatie krijgt.
Boven het dorp ligt het indrukwekkende Inca-fort van Ollantaytambo, een van de weinige plaatsen waar de Inca’s daadwerkelijk een gevecht tegen de Spanjaarden wonnen. De grote terrassen lopen tegen de berghelling op tot een ceremoniële tempel met zes monolithische blokken van rood graniet, elk meer dan vijftig ton zwaar en getransporteerd vanaf een steengroeve op zes kilometer afstand aan de andere kant van de rivier. De entree zit bij het Boleto Turístico inbegrepen, en een bezoek duurt anderhalf tot twee uur.
Ollantaytambo is ook het belangrijkste treinstation richting Aguas Calientes en Machu Picchu, met dagelijks meerdere treinen van PeruRail en Inca Rail. We adviseren altijd om de avond voor het Machu Picchu-bezoek hier te overnachten in plaats van vanuit Cusco te vertrekken: de treinrit is een uur korter, het hotel ligt op 2.800 meter (beter slapen) en de prijzen zijn 30 tot 50 dollar per persoon lager.
Maras, de zoutpannen van de Inca's
De zoutpannen van Maras (Salinas de Maras) zijn een van de meest visueel bijzondere plekken van Peru. Ruim 4.500 kleine zoutbassins liggen als terrassen tegen een berghelling, gevuld met zout water uit een natuurlijke bergbron die al duizenden jaren door de aarde naar boven komt. De zon verdampt het water en het zout blijft achter, waarna lokale boeren het oogsten, schoonmaken en verkopen. Het systeem werkt sinds de pre-Inca-tijd in vrijwel ongewijzigde vorm, en is nog dagelijks in gebruik door zo’n 600 lokale families die elk een eigen bassin beheren.
Een bezoek aan Maras duurt ongeveer een uur, met een wandeling langs een van de looppaden tussen de pannen door. We adviseren om vroeg in de ochtend (rond negen uur) of laat in de middag (rond drie uur) te komen, wanneer het licht het mooiste contrast geeft tussen de witte pannen en de bruine berghelling. De entree kost 10 sol en gaat rechtstreeks naar de zoutboeren-coöperatie. Op de parkeerplaats vind je kraampjes met flor de sal en zout in verschillende mineralen, een mooi souvenir dat goedkoop en licht is.
Hoe kom je in de Heilige Vallei
Vanuit Cusco is de Heilige Vallei in één tot anderhalf uur te bereiken met de auto, taxi of bus. Een collectivo (gedeelde minibus) vanaf Cusco naar Pisac of Urubamba kost rond de 10 sol per persoon en vertrekt zodra hij vol is, vanaf het busstation Pavitos. Voor flexibeler reizen is een privéchauffeur voor een halve of hele dag een aanrader: ongeveer 60 tot 100 dollar voor zes uur, met de mogelijkheid om bij de mooiere uitzichtspunten te stoppen voor foto’s.
Wie vanuit Lima in Cusco landt, kan ervoor kiezen om direct door te rijden naar de Heilige Vallei zonder eerst in Cusco te overnachten. Dat is voor de hoogteopbouw beter, omdat de vallei 500 meter lager ligt en je lichaam in twee stappen op de hoogte laat wennen. Vanaf de Heilige Vallei kun je later terugrijden naar Cusco of de trein nemen naar Machu Picchu, afhankelijk van je verdere route.
Beste reistijd
Moray, de cirkelvormige Inca-terrassen
Twintig kilometer verderop liggen de terrassen van Moray, drie cirkelvormige verzonken amfitheaters waarvan de grootste een diepte heeft van dertig meter. Het was een Inca-landbouwlaboratorium waar verschillende microklimaten werden onderzocht: het temperatuurverschil tussen de bovenste en onderste terras kan oplopen tot vijftien graden Celsius, waardoor de Inca’s er gewassen op verschillende hoogtezones konden testen voordat ze die over het rijk verspreidden. De cirkels zien er bijna kunstmatig perfect uit en geven een goed beeld van het wetenschappelijke vakmanschap van de Inca-cultuur.
Maras en Moray combineer je goed in één halve dag vanuit Ollantaytambo of Urubamba. Een gehuurde tuktuk of taxi kost vanuit Urubamba rond de 80 sol heen en terug, een georganiseerde halve dagtour vanaf Cusco zo’n 30 tot 50 dollar per persoon. Wie zelf rijdt of een chauffeur huurt, kan de twee combineren met een lunchstop in Urubamba en eindigen in Ollantaytambo voor de overnachting.
Hoeveel dagen voor de Heilige Vallei
Voor een eerste rondreis adviseren wij minimaal twee nachten in de Heilige Vallei, met een derde nacht voor wie meer rust en acclimatisatie wil. Een schema dat voor ons werkt is dag één Pisac met de markt en de ruïnes, dag twee Maras-Moray, dag drie Ollantaytambo en de avond voor de trein naar Aguas Calientes. Drie nachten geeft ook ruimte voor een dag wandelen of fietsen door de vallei, of een bezoek aan Chinchero (een dorp aan de hoogvlakte met traditionele weverscoöperaties).
Voor wie strak in de tijd zit, is een dagtrip vanuit Cusco langs Pisac, Maras en Ollantaytambo een optie, al voelen we dit zelf als haastwerk. Een betere planning is een dag in Cusco voor acclimatisatie, daarna twee nachten in de vallei (één in Urubamba of Pisac, één in Ollantaytambo), en de derde dag direct door naar Aguas Calientes voor Machu Picchu. Deze opbouw is fysiek prettiger door de geleidelijke hoogteopbouw en geeft je de ervaring zonder te haasten.
Veelgestelde vragen
Vragen over Heilige Vallei gaan vaak over praktische dingen: hoe je er komt, hoe lang je blijft en wat de hoogtepunten zijn. In dit overzicht geven we per vraag een direct antwoord.
Beter eerst Cusco of de Heilige Vallei
Voor de hoogteopbouw is de Heilige Vallei beter, omdat hij op 2.800 tot 2.900 meter ligt en je lichaam in stappen aan de hoogte laat wennen. Veel reizigers vliegen daarom direct vanaf de luchthaven van Cusco door naar Urubamba of Ollantaytambo en bezoeken Cusco pas na Machu Picchu.
Hoeveel dagen voor de Heilige Vallei
Minimaal twee, idealiter drie nachten. Drie nachten geeft je de tijd voor Pisac, Maras-Moray en Ollantaytambo zonder te haasten, met de derde dag als reservedag of voor Chinchero.
Waar overnacht je het beste in de Heilige Vallei
Ollantaytambo is de prettigste basis omdat het dorp de meeste sfeer heeft en het station naar Machu Picchu hier ligt. Urubamba is een neutrale middenstop met meer hotelopties. Pisac is leuker voor wie van markten houdt en de oosterling van de vallei wil verkennen.
Combineer je Maras en Moray op een dag
Ja, beide liggen op twintig minuten van elkaar en vormen een logische halve dagtour. Combineer ze met een lunchstop in Urubamba of Maras-stad en eindig in Ollantaytambo of Pisac.
Hoe kom je vanuit de Heilige Vallei naar Machu Picchu
Vanaf het station van Ollantaytambo vertrekken meerdere keren per dag treinen van PeruRail en Inca Rail naar Aguas Calientes, met een rit van een uur en drie kwartier. Vanuit Aguas Calientes is het 25 minuten met de shuttle omhoog naar Machu Picchu.
Heb je een Boleto Turístico nodig in de Heilige Vallei
Voor Pisac en Ollantaytambo is een Boleto Turístico of een gedeeld ticket verplicht. Voor Maras hoef je alleen een lokale entree (10 sol) te betalen en Moray valt onder het Boleto Turístico.
